01 mei Belevingsgerichte participatiemethode
Een introductie
Participatie als brugfunctie
Participatie slaat in theorie een belangrijke brug tussen overheid en burgers. Die werkt in beider voordeel. Projecten worden beter, als deze voldoen aan de wensen van de burgers, oftewel de eindgebruikers. Geslaagde participatie draagt bij aan de financieringsbereidheid van overheden. Het is makkelijker maatschappelijke financiële middelen beschikbaar te stellen voor maatregelen die brede maatschappelijke steun ervaren.
Maar participatie wordt in beleids- en publieke projectontwikkeling niet altijd optimaal ingezet.
Zonder goed te begrijpen wat burgers willen, is het voor de overheid lastig hen effectief te dienen. De negatieve effecten kunnen op projectniveau spelen (weerstand, financieringsproblemen), maar vooral merken we de lange-termijn gevolgen door afnemend vertrouwen in de overheid. De achterliggende oorzaken zijn systemisch van aard:
- Er heersen interpretatieverschillen over de taak van de overheid: is dat primair het functioneren van het land te waarborgen of gaat het erom de in behoeftes van burgers te voorzien? Het verschil: de functionele benadering stelt de functie als doel, terwijl voor de burgergerichte benadering de functie een middel is.
- Als ambtenaren & politici zich vooral als beschermer van een functioneel systeem beschouwen, dan degradeert de burger van primaire belanghebbende tot een van vele versplinterde stakeholders. Dit marginaliseert hun invloed naast instanties zoals Waterschappen, ProRail & Rijkswaterstaat en verkleint (schijnbaar) ook hun blokkeermacht. Dat komt ambtenaren, die op voortgang worden afgerekend, goed uit. Een dialoog wordt vanuit beider perspectieven asymmetrisch, risicovol en belastend.
- Een functionele benadering leidt ook tot gebruik van functionele taal en waarden, dat in contact met burgers niet helpt. Waar ambtenaren zich dagelijks grotendeels bezighouden met functionele werking (huisvesting, OV, stedelijke diensten), praten burgers meer over hun beleving van de wereld en het verschil dat het onderwerp maakt op hun kwaliteit van leven. Om goed naar de eindgebruiker te kunnen luisteren zouden ambtenaren meer moeten aansluiten bij de beleving en taal van die mensen.
Een functionele ambtelijke insteek gaat dus meestal gepaard met lage kansen voor goed contact met burgers en wordt zo een self fulfilling prophecy voor participatie. Dat werpt omgekeerd de vraag op: is een burgergerichte ambtelijke insteek ook een self fulfilling prophecy voor participatie? Wij geloven dat. Daarom hebben we een methode ontwikkeld om met de voorwaartse energie en kennis van ambtenaren en burgers gezamenlijke doelen te vinden en te bereiken.
Dit brengt professionals en burgers dichter bij elkaar. Want uiteindelijk delen we de belangrijkste waarden: de liefde voor de stad, de wens om het uiteindelijk voor elkaar beter te maken, de hoop op een betere toekomst en de wens om productief samen te werken. Ongeacht het geloof of het mogelijk is, de onderliggende wens voor harmonische samenwerking is er.
Methodologisch kader
De kerntaak van de overheid is de “kwaliteit van leven” van bewoners & gebruikers te verhogen. Maar die term is niet scherp gedefinieerd en dus lastig praktisch toepasbaar.
Daarom vertaalt men de overheidstaak graag naar concrete opgaven: de overheid is verantwoordelijk voor functionerende systemen (OV, waterschappen, sociale diensten, stedelijke reiniging). Daarmee kunnen burgers hun leven kwalitatief inrichten, zo is de achterliggende gedachte. Alhoewel Nederland op vrijwel alle functionele aspecten steeds beter scoort, is het vertrouwen in de overheid historisch laag. Dit is deels onderkend en er ontstaan meer burgergerichte modellen (bijv. Brede Welvaart / OECD QoL), die naast functionele ook op burgergerichte aspecten focussen. Vanwege het vermengen van deze onvergelijkbare waardesystemen, en kunnen ze maar beperkt als praktisch afwegingskader dienen.
Ook wij geloven dat publieke afwegingen vanuit burgergericht en institutioneel perspectief gemaakt moeten worden. Daarvoor is het wel nodig deze te scheiden. Onze aanpak is gebaseerd op de overtuiging, dat mensen hun leven als fijn en waardevol willen belevenen in die beleving absolute experts zijn. Professionals daarentegen, zijn experts in de functie die nodig is om die beleving mogelijk te maken. Zo is het aan de bewoners welke “feel” hun stad moet hebben, maar het is aan de professionals om horecabeleid, OV-systeem of bebouwingsplannen te ontwikkelen.
Een voorwaarde is dat we beleving concreet en meetbaar maken. Alleen zo kunnen we functie en beleving gelijkwaardig tegen elkaar af te wegen in beleids‑, ontwikkelings- en ontwerpvragen. We hebben een model ontwikkeld om de beleving te kwantificeren om dit vervolgens in een daarop toegesneden “Proces functioneel & belevingsgerichte beleids- & projectontwikkeling” onder te brengen. Daar deze in de Nederlandse context blijkt te werken, is ons doel deze breed in te zetten.

Voorbeeld proces op basis van casus ruimtelijke ontwikkeling (naar gelang doel wijzigbaar)
Hierin worden belevingsgerichte aspecten en producten geïntegreerd in een traditioneel ontwikkelingsproces. Nieuwe belevingsgerichte modules maken daar deel van uit en leveren input en criteria voor besluitvorming en ontwerp. Verder zijn er tools en menselijke waardesystemen ontwikkeld die communicatie vergemakkelijken en procesrisico‘s verminderen.









